Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
aan 3 leeren 24 sporten,
aan 4 leeren 32 sporten."
Jongens, zegt dit na. Kinderen, teekent^nu aan eiken leer
1 sport er bij. Frits, hoeveel sporten ziet gij? Eeken mij dit
voor, zooals Piet dit deed. — Jongens, teekent aan eiken
leer 10 sporten, Marie, reken uit, hoeveel sporten er zijn.
Frans, hoeveel stukken hout heeft de timmerman noodig, om
die leeren te maken? Hoeveel stukken hout voor eiken leer?
Eeken het nu voor alle leeren uit, — Kinderen, teekent nu
aan eiken leer 12 sporten. Trui, hoeveel sporten hebt ge nu?
Eeken het uit, Kinders, snijdt eiken leer middendoor. Hoe-
veel leeren hebt gij nu? Acht, juist. Hoeveel sporten heeft
elke leer? En al die leeren samen? Hoeveel stukken hout
heeft de timmerman noodig om de sporten vast te zetten?
Hoeveel stukken hout heeft hij noodig, om die 8 leeren
te maken?
c. Kinderen, als de menschen centen tellen, hoe leggen ze
die dan? Zegt na: „de centen liggen 5 aan 5," Teekent nu
15 centen. Hoeveel stuivers staan er nu op uwe lei? Zegt na:
„15 centen is 3 stuivers,"
d. Kinderen, teekent op de lei 25 centen. Hoeveel stuivers
hebt ge nu? Zegt na:
„25 centen is 5 stuivers."
Nu 30 centen. Hoeveel stuivers? Teekenen met cirkeltjes. Nu
40 centen. Hoeveel stuivers? enz., met 35, 45, 20, 55, 70,
80, 65, 75, 90, 95 en 100 centen.
e. Kinderen, een brood kost 6 stuivers en 2 centen. Teekent
dit, — Piet, hoeveel cent hebt ge op uwe lei staan? Eeken
me dit eens voor.
Marie, een groot brood kost 9 stuivers en 3 centen.
Teekent dit allen. Marie, hoeveel centen kost dit brood?
Hoeveel krijgt ge van een halven gulden weerom?
ff. Moeder had te betalen in den winkel 12 stuiver en
4 cent. Hoeveel is dit in centen? Teekenen.