Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
Nu komen eerst de moeilijkste.
62 14 73 15 84 14 96 16 92 18 23 18 31 18 42 15 52 26 45 29
80 65 100 37 100 42 100 52 100 72 100 42 100 21 64 48 72 41 1 83 64

Van leenen mag volstrekt geen sprake zijn. Het rekenen op
dg lei moet blijven: rekenen uit het het hoofd. Bij het be-
handelen moet de leerling, wiens beurt het is, het verschil
te berekenen, vooraf een vraagstukje uit het dagelijksch leveu
geven. De eerste som van elke rij wordt hieronder behandeld.
Bertha, uwe beurt. Bertha zegt: „Eene vrouw had in haar
beursje 56 cent. Ze besteedt in den winkel 30 cent. Hoeveel
houdt zij over?" Goed, Bertha!. Hoe verder? „Meester, ik
stel, dat ze 50 cent had, dan zou ze 20 cent overhouden;
maar ze heeft nog 6 cent meer, daarom houdt zij er 26 over."
Karei, uwe beurt. „Meester, in een bosch stonden 67 boomen.
De houthakkers halen er 50 om, hoeveel boomen staan er
nog?" Nu verder. Karei? „Meester, stonden er 60 boomen,
dan bleven er 10 over. Er staan in dat bosch 7 boomen meer,
er blijven dus staan 17 boomen.
Marie zegt: „Op eene werf liepen 62 hoenders. 14 er van
zijn hanen. Hoeveel hennen loopen op die werf? Meester! 62,
en daar 10 af, is 52, en nog 4 er af, blijven er 48 over. 48
hennen. Meester!"
Een dronkaard had 80 cent op zak. Hij koopt eene flesch
jenever voor 65 cent. Hij wist niet, hoeveel cent hij terug
kreeg. Hoe kwam dat, jongens? Erits, reken gij dat eens voor
hem uit. „Meester, 80 en 60 af, is 20. De flesch kostte 5 cent
meer; dus 20, en daar 5 af, is 15 cent over,"