Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
m. Een winkelier had in de la van de toonbank 19 gulden.
Hij ontving dien dag er 80 gulden bij. Hoeveel was er 's avonds
in de la ? — Koos, gij bij het telraam, terwijl de andere kinders
het op de lei uitrekenen. De redeneering der kinderen moet
zoo zijn: „80 en 10 is 90, en 9 is 99 gulden."
n. Een kleermaker maakte 31 broeken,-zijn knecht 23 broe-
ken. Hoeveel broeken kan de baas nu afleveren? Piet, gij bij
het telraam. Hebt ge de som af, kinders? Handen naast de
lei. (De redeneering van Piet zij aldus: „30 broeken en 20
broeken is 50 broeken; de baas maakt er 1 meer, de knecht
3 meer, 50 en 4 is 54 broeken).
O. Een ons koffie kost 13 cent. Hoeveel moet Trui betalen,
als ze drie ons koffie moet halen voor Moeder? Trui, hoeveel
keeren moet ge dan 13 opschrijven? Juist, driemaal. Trui,
kom gij bij het telraam. (Voor ieder ons worden 2 rijen van
het telraam in gebruik genomen, zoodat er van 6 rijen balletjes
gebruikt worden. Trui redeneert: „10 en 10 en nog 10 is 30,
en 3 is 33, en 3 is 36, en 3 is 39 cent. Jongens! hebt ge
dat zoo op de leien? Goed, Trui, ga zitten. Nu zullen we
eens wat van u vertellen, Jacob!)
p. Kinderen, een borstel kost 24 cent. Jacob moet voor
Moeder halen drie borstels. Eekent uit, hoeveel hij betalen
moet. Jacob, bij het telraam, jongen! (Voor iederen borstel
gebruike men drie rijen van het telraam: 10 en 10 en 4;
zoodat er negen rijen in gebruik zijn. Jacob telt eerst de tien-
vouden bij elkander: „20 en 20 is 40 en 20 is 60." Dan zegt
hij: „64, 68, 72." 72 centen dus. Goed!
q. Een ons bruine suiker kostte 6 centen. Eeken dan eens
uit, hoeveel de winkelier] ontvangt voor 10 ons suiker. Kee,
hoeveel maal moet ge eene 6 schrijven? Juist, tienmaal. Enz.
r. Eene el band kostte 15 cent. Eeken uit, hoeveel 4 el band
kostte. (Voor iedere el worden daarna op het telraam twee
rijen gebruikt. De redeneering is dan: „10 en 10 en 10 en
10 is 40; 45; 50; 55; 60." 60 centen dus,