Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page

huis naast de fabriek begint ook te branden. De schoorsteenen
storten in. Hoeveel zijn er nu al gevallen? Hoeveel staan er
nog? enz. — De brandspuiten bewaren de andere huizen, enz.
j. „Kom, Dirk, nu zullen we de stokken zetten bij die
snijboonen," zegt Vader. „Vader, hoeveel stokken zijn er?"
„Jongen, tel ze." Teekenen en tellen 14 stokken. Hoe zet de
Vader die ? 2, 2 en nog eens 2, en ' dan 1 liggend op de
kruispunten, enz.
h. Teeken 3 koeken naast elkander: 2 kleine en 1 groote.
Zet op de lei op de 'koeken de prijs: 5, 5 en 8 centen.
Hoeveel centen kosten die te zamen? Jan had 2 dubbeltjes
op zak. Kon hij die koeken koopen. Hoeveel over? — Piet
had een dubbeltje. Hoeveel koeken kon hij koopen? — Hoe-
veel kost de helft van eiken koek?
l. Teekent een lang brood van 14 centen. Snijdt het door-
midden. Zet in elk stuk den prijs. — Teekent een koek van
20 cent. Snijdt die in vier gelijke stukken. Zet in elk stuk
den prijs. — Teekent een koek van 18 cent. Verdeelt die in
3 stukken. Zet in elk stuk den prijs.
m.. Teekent 15 lichtjes. Blaast de helft uit.