Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
leggeu? Hoeveel vau die beesten zijn er uit een ei gekropen?
Hoeveel kippen staan er aan eiken kant van den haan? Zegt
na: „aan eiken kant de helft: 3 en 3 is 6," — Hoeveel
kuikens aan eiken kant van den haan?
Kinderen, hoeveel hennen staan er aan deze zijde van den
grooten haan? En nu aan deze zijde? Hoeveel kippen staan
tusschen de beide hanen in?
Bertus, 2 hennen gaan in het hok; streep die door. Hoeveel
hoenders ziet gij nu nog? Hoeveel pooten ziet ge nog? De
kleine haan gaat ook in het hok. (Doorstrepen). Hoeveel
hoenders zijn nog buiten? Hoeveel pooten zijn er buiten?
Hoeveel pooten zijn er in het hok? Hoeveel kuikens loopen
er buiten? Hoeveel kuikens binnen? Waar zijn meer kippen:
buiten of binnen? Hoeveel meer? enz.
Weer gaan er twee kippen naar binnen. (Doorstrepen).
Weer afwisselende vragen? enz., enz.
O.
Rekenen op de lei. Optellen en aftrekken. Weder 1 som
tegelijk dicteeren. — Men ga niet hooger dan tot 20.
a. Een paard heeft 4 pooten. Reken uit, hoeveel pooten
5 paarden hebben. Kees, hoeveel pooten heeft het eerste paard ?
Schrijf op dan 4. En het tweede paard? Schrijf er onder: 4.
En het derde paard? Weer eene 4, enz. — Marie, hoeveel
viertjes staan er onder elkaar? Koos, wat moet er bij het
antwoord staan? Eene p. Nadat de onderwijzer de leien heeft
nagezien, zegt hij: „Kee, maak gij die som op bord. Bij
praten, meisje!" —
h. Dora, kunt gij al uitrekenen, hoeveel cent ge in den
winkel betalen moet? Zoo? Laat me eens kijken. Jongens,
Dora haalt voor 7 cent suiker, voor 4 cent moppen, voor
8 cent koffie. Hoeveel moet ze betalen? Netjes die getallen
onder elkander.