Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
ziet ge wel, dat aan de linkerzijde gedurig eene 1 staat? üie
1 is eigenlijk 10. — Zegt na:
„11 is 10 en 1.
12 is 10 en 2.
13 is 10 en 3.
14 is 10 en 4.
15 is 10 en 5.
tot
19 is 10 en 9.
20 is 10 en 10."
Jongens, laten we deze rij eens netjes opschrijven.
h. De onderwijzer teekene 5 centen. Jongens, zegt na:
»1 stuiver is 5 centen." Goed zoo. Maria, teeken gij er eens
1 stuiver bij. Zegt allen na: „2 stuivers is 10 centen." —
Kees, teeken gij er ook eens 1 stuiver onder. Hoeveel centen
ziet gij nu? Tellen: „11, 12, 13, 14, 15." Zegt na: „3 stuivers
is 15 centen." — Frans, teeken gij er ook eens 1 stuiver bij;
tel, terwijl gij teekent. Allen: „4 stuivers is 20 centen." —
Marie, laten we eens houden, dat al die centen van u zijn.
Kom eens hier, meid, en streep door de centen, die gij ge-
bruikt. Jongens, Marie koopt een naaldenkokertje van 4 cent.
Marie, hoeveel cent houdt ge over? Jongens, laten wij ook
eens terugtellen. Hoeveel had zij ook? 20 cent. Eerst 1 cent
er af? 19. Weer 1 cent er af? 18. Weer 1 er af? 17. Nog
1 er af? 16. — Kinderen, dat ziet gij ook wel; want, 5 en 5
is 10, 10 en 5 is 15, en dan nog die 1, dat is dus 16. —
Zegt na: „ 5 en 5 is 10.
10 en 5 is 15.
15 en 1 is 16."
Marie, koop nu voor 2 centen spelden. (Marie streept door).
Hoeveel over? Zegt na: „16 en daar 2 af, is 14." Marie,
tel die 14 centen eens na; maar gauw hoor! Allen:
„ 5 en 5 is 10.
10 en 4 is 14."