Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
142
1. Piet, geef een vraagstukje op. „Meester, een timmerman
kocht een huis voor 59 duizend gulden. Hij verkoopt
het aan eeu rentenier voor 78 duizend gulden. Hoeveel
bedraagt de winst?" — Dora, hoe rekent gij het uit?
„Meester, 78 duizend, en daar 50 duizend af, dat is
28 duizend gulden; dan moet er nog 9 duizend af, dus
19 duizend gulden is de winst." — Frans, reken het
anders uit. „Meester, als hij zelf 60 duizend betaald had,
dan zou hij winnen 18 duizend gulden; maar hij heeft
duizend gulden minder betaald, dus hij wint duizend
gulden meer; 18 duizend en 1 duizend is 19 duizend
gulden winst."
II. Dirk, uwe beurt. „Meester, in een schip was 36 duizend
mud steenkolen. De schipper verkoopt er van 7.875,
hoeveel mud houdt hij dan over?" ■— Toon, reken me
dit eens op bord uit. „Meester, eerst 7000 er af, 29 duizend
over; die 29 schrijf ik alvast op met een puntje er achter.
Nu moeten er nog 875 mud af. Er blijft dus over 28
duizend met nog wat. Die 29 duizend verander ik in
28 duizend; van die laatste duizend mud neem ik 875 mud
af; 125 over. Er blijft dus over 28.125 mud."
III. Marie, uwe beurt om een vraagstukje op te geven. „Op
eene steeuplaats lagen 72 duizend en 702 steenen. De
heer verkoopt 68 duizend en 290 steenen. Hoeveel blijven
er over?" — „Meester, 72 duizend, en daar 68 duizend
af, dat is 4 duizend; die 4 schrijf ik op met eene punt
er achter. 702, en daar 290 af. Eerst 300 er af, dat is
402; 10 zijn er te veel afgenomen, dus er blijft over 412.
Er blijven dus 4.412 steenen liggen."
IV. „In een pakhuis lagen 47.600 zakken. Daarom worden er
16.985 verkocht. Hoeveel blijven er liggen?" — Erederik,
reken uit, hoeveel er blijven liggeu? „Meester, eerst
16 duizend van 47 duizend af, dat is 31 duizend over;
die 31 schrijf ik op met een puntje er achter. Dan moeten