Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
§ X.
In deze paragraaf herhaling.
aa. Teekent op de lei twee jongens. De eene heet .lan, de
andere Piet. Jan heeft 75 en Piet 120 knikkers. Schrijft die
getallen bij die jongens. Schrijft er boven hnihhers. Dorus
weet mij wel in eens te zeggen, hoeveel ze samen hebben.
Mina weet wel in eens te zeggen, hoeveel knikkers de een
meer heeft dan de ander. — Die jongens gaan 's morgens
knikkeren vóór de school. Jan wint er 32. Hoeveel heeft elk
nu? Eekent dit op de lei uit. Frederik, kom gij dit alles op
het bord teekenen en berekenen.
Nu verder, 's Middags gaan ze spelen op de markt. Jan
verspeelt er 20. Hoeveel heeft elk er nu? Trui, gij bij het
bord, als de jongens het op de lei uitgerekend hebben.
Nu weer verder. Teekent er nog een jougen bij, die Hein
heet. Deze heeft 55 knikkers. Zij gaan met hun drieën spelen.
Jan wint er 12 en Hein driemaal zooveel knikkers. Eekent
op de leien uit, hoeveel elk nu heeft. Frans, gij bij het bord.
Mina, weet wel in eens te zeggen, hoeveel Jan er gewonnen
heeft, sinds hij dien morgen vroeg begonnen is. Koos, gij
weet wel te zeggen in eens, hoeveel Piet er gewonnen of
verloren heeft, niet waar? (Deze opgaven zijn enkel rehenen
uit Tiet hoofd; ze dienen, zoo los daar heen geworpen, om een
enkelen leerling, die licht afdwaalt met zijne gedachten, weer
opmerkzaam te maken).
's Avonds gaan ze weer met hun drieën spelen op het plein
bij de brug. Jan verliest er 36 en Piet verliest half zooveel.
Eekent uit, hoeveel knikkers elk heeft. Keetje, gij bij het bord.
Dora weet wel in eens te zeggen, hoeveel knikkers Jan dien
dag gewonnen of verloren heeft. Kaatje weet dit wel van
Piet te zeggen. Marie, hoeveel knikkers heeft Hein dien dag
gewonnen ?