Boekgegevens
Titel: Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Auteur: Laan, R.C.; Pelt, D. van
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, 1875
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5871
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201170
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het reken-onderwijs in de laagste en middelste afdeelingen der volksschool: eene nieuwe methode
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
Twee duizend, zevenhonderd en veertig.
Achttien duizend, vierhonderd en zeventig.
2.740
18.470
12.750
NB. Achter de duizendtallen een puntje.
bb. Het dicteeren van getallen van 4 en 5 cijfers. Zeventien
duizend. Twee duizend, zeshonderd tien. Elfduizend, honderd
vijf. Een duizend, achthonderd. Tien duizend en honderd. Vier
duizend, en vier. Twee en zeventig duizend, negenhonderd
en twaalf. Veertig duizend, enz. — (Denk om het puntje).
cc. Tellen met 500 tot 30.000.
dd. Tellen met 800 tot 20.000. Zet de namen achter de
getallen. — Zoo:
800 Achthonderd.
1.600 Zestienhonderd.
2.400 Twee duizend en vierhonderd.
ee. Een heer verdient in een jaar f 600. Hoeveel verdient
hij in 1, 4, 3, 6, 8, 5, 10, 7, 14 en 9 jaar? — Zoo:
in 1 jaar / 600.
in 4 jaar f 2.400.
§ IX.
Het vermenigvuldigen met een tienvoud,
aa. Voor 1 cent koopt men 12 noten. Hoeveel noten koopt
men dan voor 10 cent? En voor 30 cent? En voor 70 cent?
En voor 110 cent? En voor 80 cent? En voor 20 cent? En
voor 150 cent? — Zoo:
voor 1 cent = 12 n.
11
120
132 n.
10
voor 110 cent = 1320 n.
voor 1 cent = 12 n.
3
36 n.
10
voor 30 cent = 360 n.