Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 64 )
dag middag. Wanneer het, b. v. op de plaats b
(^zie fig. 42) middag is, is het reeds middag ge-
weest in c, en moet het nog middag worden in
a; want de fchijnbare beweging des Hemels van
het Oosten naar het Westen plaats hebbende, komt
de Zon eerder boven de Meridianen der oostelijke,
dan boven die der westelijke plaatfen, namelijk:
eerder boven den Meridiaan van de plaats r, dan
boven dien van b, en later boven dien van a,
dan boven dien van b. Van hier dan ook, dat rei-
zigers, die groote togten van het Westen naar het
Oosten doen, ondervinden, dat de tijd vervroegt,
en hunne uurwerken achteruit fchijnen te loopen;
terwijl het tegendeel ondervonden wordt van de-
genen, die verre reizen van het Oosten naar het
Westen ondernemen, naardien deze hoe langer hoe
meer befpeuren, dat de tijd vertraagt, of hunne
uurwerken fchijnen te verfnellen, omdat dezelve
hoe langer hoe meer vooruitloopen.
Zoo veel het nu vroeger of later aan den eenen
Middagcirkel, dan aan den anderen is, zoo veel
wordt het Verfchil in Tijd tusfchen deze beide
plaatfen genoemd, uit welk verfchil het onderfcheid
in Lengte tusfchen die plaatfen, en dus ook den
graad van Lengte, op welken men, volgens eenen
aangenomen Meridiaan, gekomen is, bepaald kan
worden; bij voorbeeld: — Wanneer iemand, in den
Indifchen Oceaan, onder den 7den graad Noorder-
Breedte ftevenendc, door middel van een' geregel-
dca