Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 56 )
Sterrekundigen, bij hunne waarnemingen, beflendig
in acht genomen worden.
Schoon het allezins moeijelijk is, de Parallaxis
der hemellichten naauwkeurig te bepalen, is de-
zelve echter van te groot aanbelang, dan dat de
Sterrekundigen zich niet alle moeite zouden gegeven
hebben, om haar met de meest mogelijke naauw-
keurigheid uit te vorfchen: want, behalve dat zij
ons den waren ftand der hemellichten leert ken-
nen, toont zij ons tevens aan, dat deze niet altijd
denzelfden afftand van de Aarde blijven behouden,
wijl de waarnemingen leeren, dat de grootheid van
den hoek A C B aan eene gedurige verandering
onderhevig is, en kleiner wordt, naar mate een
hemellicht verder verwijderd is. Ook kan men,
met behulp der horizontale Parallaxis, de verfchil-
lende afftanden der hemellichten van onze Aarde
vinden. De Wiskunde, namelijk, leert ons, dat,
wanneer van eenen driehoek drie termen bekend
zijn, de overige kunnen gevonden worden, mits-
dat onder deze bekende eene der zijden zij. Nu
is van den driehoek ABC (zie de figuur), A B
de halve middellijn der Aarde, en de hoek B regt,
of een hoek van 90 graden; gevolgelijk kan, wan-
neer de hoek C, of het Verfchilzigt van een
hemellicht, b. v. van de Zon, bekend is, de
fchuine zijde A C, en dus de afftand, dien de
Zon