Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 55 )
dclpüht der Aarde, waarnemen, alsdan zou liij
dezelve aan den Hemel in E, en dus in het Zc-
nith van het punt F, plaatfen, en haren afltand
van hetzelfde Toppunt, door den hoek T A C
afmeten. Het verfchil dier beide hoeken nu (het-
welk hier de lioek A C B is) is hetgeen men de
Parallaxis, cn wel de horizontale Parallaxis van
de Ster noemt. Bij de Maan bedraagt deze hoek
nog eenen gelieelen graad; bij de Zon en Planeten
Hechts eenige fekonden, en bij den onafmetelijken
afftand der vaste Sterren is dezelve geheel onmerk-
baar, en het verfchil dei'halve gelijk aan nul.
Voor het overige wordt het punt D, in hetwelk
de Ster van het oppervlak der Aarde aan den He-
mel gezien wordt, de fchijnbare, en het punt E,
jn hetwelk zij uit het middelpunt der Aarde aan
den Hemel gezien zoude worden, de ware plaats
of ftand van dit Hemellicht genoemd. Dewijl
echter dc fchijnbare plaats D lager is, dan de ware
plaats E, volgt daaruit, dat de Parallaxis juist
het tegengeftelde van de Refractie of Straalbreking
is, wijl deze, gelijk wij hierboven gezien heb-
ben, oorzaak is, dat wij de hemellichten hooger
boven den Horizon meten, dan zij inderdaad zijn;
daar integendeel het Vcrfchilzigt dezelve altijd lager
aan denzelven plaatst, en bij gevolg verder buiten
het toppunt doet fchijnen, dan zij werkelijk zijn,
vvellvc beide tegenftrijdigheden dan ook door dc
D 4 Ster^