Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 54 )
Zon derhalve in eene fchuine rigting opkomt en
ondergaat, hoe langer dezelve moet duren. Onder
den Evenaar, waar de Zon (gelijk wij gezien.heb-
ben) regtftandig uit den Horizon rijst, duurt de-
zelve flechts eenige minuten. Bij ons, daaren-
tegen, waar zij in eene fchuine rigting op- en
ondergaat, is derzelver gemiddelde duur omtrent
vier uren daags. Onder de Polen is er flechts
eenmaal in het jaar morgen- en eenmaal avond-
fchemering. Beide zijn echter van zulk eenen lan-
gen duur, dat zij daardoor niet weinig toebren«
gen, om de lange nachten m deze koude gewesten
te verkorten: want, offchoon de Zon, onder de
Noordpool, den aiflien September ondergaat, wordt
het aldaar omftrecks half November eerst volko-
men nacht, terwijl de dageraad reeds op het einde
van Jamiartj weder begint aan te breken.
Parallaxis of Verfchihigt der Hemelligchamen.
Om zich eenig denkbeeld te vormen van hetgeen
men door de Parallaxis of het Verfchihigt der
Hemelligchamen verfliaat, verbeelde men zich eenen
waarnemer, die op de Aarde in B (Jig. 41) zijn
ftandpunt heeft. Deze zal, wanneer hij van daar
in C eene Ster of Planeet ziet, dezelve onder de
vaste Sterren bij D plaatfen, en haren afftand van
het Toppunt T, door den hoek TBC afmeten.
Konde hij echter die Ster uit A, of uit het mid-
del-