Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 53 )
wordt teruggekaatst. Komt de Zon vervolgens in
ƒ, invoege de ftraal f h, die bij h gebroken
wordt, tot in w voortgaat, en dus liooger in
den dampkring fchiet, dan moet ook liet fcliemer-
liclit, lietvvelk alsnu uit ie, langs w tot het oog
des waarnemers wordt overgebragt, fterker zijn,
dan dat, hetwelk hem uit ; werd toegevoerd, ja,
van oogenblik tot oogenblik blijven toenemen,
naar mate dc Zon den Horizon Ichijnt te nade-
ren, totdat het, bij het opgaan der Zon, door
het daglicht vervangen wordt.
Gelijk het met de Morgcnfchemering is, is het
ook met de Avondfchcmering gelegen. Wanneer
de Zon zich des avonds aan ons oog fchijnt tc
onttrekken, neemt het fchemerlicht weder eenen
aanvang, Is dezelve echter onder den Horizon
tot in s gedaald, dan is het klaar, dat het licht
voor den waarnemer in a reeds merkelijk verzwakt
moet zijn, naardien de ftraal, die zij bij k in den
dampkring werpt, zicli niet verder dan tot /> kan
lïitftrekken. Daalt zij vervolgens tot in b, zoodat
de ftraal b d, die bij d in den dampkring gebro-
ken wordt, niet hooger dan in r kan komen, dan
moet de waarnemer in a, even als des morgens,
flechts eene flaauwe fchemering van licht ontwa-
ren, cn dezelve weldra „geheel zien eindigen.
Overigens leeren ons de waarnemingen, dat de
fcliemering blijft voortduren, zoo lang de Zon nog ,
18 graden onder den Horizon -is. Hoe meer de
D 3 Zen