Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 50 )
den, even aan den Horizon komen, en dadelijk
daarna weder opklimmen. In den Winter-zonne-
ftand, daarentegen, zien zij haar des middags, bij
Z, in het Zuiden, eenen oogenblik te voorfchijn
komen, en kort daarna weder verdwijnen.
Onder den Zuidpool-ctTkel heeft weder het te-
gengeftelde plaats. Daar ziet men de Zon, ten
tijde van onzen Zomer-zonneftand, des middags,
in het Noorden even aan den Horizon komen,
doch oogenblikkelijk daarna weder oprijzen; terwijl
zij in onzen Winter-zonneftand, na aldaar, des
nachts, in het Zuiden eenen korten tijd aan den
Horizon verfchenen te zijn, terftond weder onder-
gaat.
Kefractie of Straalbreking.
Het is bekend, dat het licht, uit eene dunnere
of meer ijle, in eene digtere vloeiftof overgaande,
eene meerdere of mindere buiging ondergaat. Van
daar dan ook, dat het licht, hetwelk tot ons
komt, aan de grenzen van onzen dampkring ge-
komen zijnde, gebroken, en vervolgens in eene
regte lijn tot ons overgebragt wordt. — Fig. 39
zal dit duidelijk maken. — W T O V verbeeldt
aldaar de Sterrenhemel, a b c d ès. Aarde, r f e h
de Dampkring, welke de Aarde van alle zijden
omringt, T het Toppunt, en W « O de fchijn-
bare Horizon van het punt a, of de plaats eens
waar-