Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 48 )
den Horizon, veroorzaakt wordt, dan blijkt al
verder;
8.) Dat, wanneer de Zon, door dagelijks eenen
cirkel, evenwijdig aan den Evenaar, te befchrij-
ven , van k naar E aan den Meridiaan klimt, de
warmte bij ons langzamerhand moet toenemen.
Gedurende dezen tijd is het bij ons, in de noor-
delijke gewesten. Winter. Van hier, dat men
de teekens , :tt; en X , welke de Zon in dien
tijd fchijnbaar doorloopt. Winterteekens noemt.
Zien Avij de Zon vervolgens van E naar b, en
dus, van dag tot dag, al hooger aan den Meri-
diaan komen, dan moet ook de warmte beftendig
blijven toenemen: en dewijl dit gefchiedt, wan-
neer wij Lente hebben, is dit de reden, waarom
men aan de teekens T, V en n, door welke de
Zon in dit jaargetijde fchijnt te loopen, den naam
van Lenteteekens geeft.
Naar mate wij de Zon weder van b naar E aan
den Meridiaan zien dalen, naar die mate moet ook
dc warmte, van tijd tot tijd, weder afnemen.
Dit heeft bij ons in den Zomer plaats, en het is
daarom ook, dat de teekens 9S, Q, en tip, door
welke de Zon in dien tijd fchijnt te gaan, den
naam van Zomerteekens dragen.
Dewijl nu de Zon van E naar k, en dus al
lager aan den Meridiaan blijft dalen, moet ook de
warmte, die zij ons aanbrengt, geftadig afnemen
en