Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 46 )
einder verheven is, wordt waargenomen. E V V
is, als boven, de Evenaar, P cn de Po-
len des Hemels, SS =2= ^ T de Ecliptica, Q
cn q derzelver Polen, b f d e Q.n k r t h
Keerkringen, Q S en / de Poolcirkels; voorts
Z T N J3= de Horizon, en Z P N ^ de Meri-
diaan van de plaats A, dien wij befchouwen.
Wanneer wij nu onze aandacht bij deze figuur
bepalen, dan zien wij:
1.) Dat, voor dit ftandpunt, de Noordpool
even zoo veel boven den Horizon verheven is,
als de Zuidpool beneden denzelven is.
2.) Dat alle hemellichten, welke minder dan
525 graad van de Pool afftaan, bij ons nimmer
den Horizon kunnen bereiken, cn dus voor ons
nimmer ondergaan.
3.) Dat de hemelligchamen bij ons in eene
fchuine rigting moeten op- en ondergaan, om welke
reden men dan ook dezen Hemelftand, den fchui-
nen fland of de fchuine Sfeer noemt.
4.) Dat de Zon, zoo lang zij zich in de noor-
delijke teekens ophoudt, fteeds benoorden, doch
in de zuidelijke teekens zijnde, bezuiden het Oos-
ten cn Westen moet opkomen cn ondergaan. Dit
heeft ook in den regten ftand' plaats; doch daar
zien wij (zie fig. 34), dat de Zon, gedurende
den tijd, in welken zij de noordelijke teekens door-
loopt , des middags benoorden, cn wanneer zij in
de