Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 44 )
6.) Op die dagen, wanneer de Zon in dc
nacliteveningen komt, en haar dagcirkel alsdan de
Evenaar is, moet men haar, als zij des middags
bij E door den Meridiaan gaat, aldaar vlak boven
het hoofd hebben, wijl, op dezen oogenblik, het
toppunt van de plaats de Zon zelve is.
Ilemelfiand onder dc Polen.
Deze ftand des Hemels wordt ons in figuur 35
aangetoond. — E T V =g= verbeeldt weder de
Evenaar, P cn /> de Polen des Hemels , 65 lit »Vs "V*
de Ecliptica, Q en ^ derzelver Polen, b f d e
en k r t h de Keerkringen, Q S en y i de Pool-
cirkels; voorts E P V ^ de Meridiaan van de
plaats A, onder de Noordpool gelegen.
Vergelijken wij nu deze figuur met de vorige,
dan bemerken wij al terftond, dat de verfchijnfelen
onder de Polen, geheel anders zijn, dan die, welke
wij zagen, dat onder den Evenaar plaats hadden;
want in den tcgenwoordigen ftand is:
1.) De as des Hemels tevens de loodlijn van
de plaats, die wij befchouwen; weshalve de Eve-r
naar aldaar in den Horizon ligt, cn met denzelven
flechts ééneu cirkel uitmaakt.
2.) Moet aldaar de noordelijke helft des He-
mels altijd boven, cn de zuidelijke helft altijd be-
neden den Horizon blijven, terwijl onder de Zuid-
pool