Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 38 )
dan wordt de boog z h, zijnde de afftand, dien
de Zon alsdan van den Horizon heeft, de Zons-
hoogte genoemd. Deze boog is een gedeelte van
eenen cirkel, die, door het middelpunt der Zon
en het Toppunt der plaats gaande, den naam van
Vertikaal-cirkel diXiSigt, en kan, of berekend, of
op de Globe gemeten worden, door eenen, in
graden verdeelden, koperen cirkelboog, welke in
het Toppunt wordt vastgefchroefd.
Is de Zon, door de fchijnbare beweging des
Hemels, zoo hoog geklommen, dat zij het punt
B van haren dagboog bereikt heeft, dan is zij
tevens aan, of liever, gaat haar middelpunt door
den Meridaan der plaats (*). Het is alzoo mid-
dag voor die plaats, niet alleen, maar ook voor
alle plaatfen, die regt noord- of zuidwaarts van
dezelve gelegen zijn, om welke reden dan ook
'de Meridiaan den naam van Middagcirkel draagt.
Azimuth. '
Het Azimuth van de Zon is de ftand, dien
zij, boven den Horizon zijnde, buiten het ware
Zui-
(*) De tijd, dien de Zon befteedt, om door den
Meridiaan te gaan, is uie: altijd even lang: in den Eve-
naar zijnde, heeft /ij daartoe nagenoeg 2' 8", in den
Zomer-zonncftand 2' 17", en in den Wiiiter-zounelland
a' 21" noodig.
m