Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 54 )
blikken vroeger plaats hebben, dan in het vorige
jaar: men noemt dit den teruggang der Nachteve-
ningen. In het vervolg zullen wij nog iets naders
aangaande dit verfchijnfel zeggen; alleen, moeten
wij hier bijvoegen , dat, hoe gering deze beweging
ook zij, de Nachteveningen daardoor reeds zoo
verre zijn teruggegaan, dat de Voorjaars-nacht-
evening, die ten tijde van hipparchus in de ftcrrc-
groep van den Ram voorviel, thans in die der
Visfchen plaats heeft.
Zonnejlanden.
Hoewel men de Zon van 21 Junij tot 21 De-
cember aan den Meridiaan ziet dalen, en van 21
December tot ai Junij aan denzelven ziet klim-
men , zijn er echter eenige dagen in het jaar, na-
melijk , kort vóór en nd dat de Zon in de teekens
van 53 cn '•y) treedt, dat men geene merkbare
klimming noch daling van dc Zon aan den Meridi-
aan befpcurt, zoodat de hoogte, welke zij', gedu-
rende dien tijd, op den middag bereikt, nagenoeg
dezelfde blijft en weinig verandert. Om die reden
worden deze beide punten Zonnejlanden (Solfiitia^
genoemd; zijnde het eerfle punt (25) de Zomer-
zonnejland, omdat, wanneer de Zon zich in dat
punt van haren weg bevindt, de Zomer bij ons
begint, terwijl het andere ('^3) den naam van
U'inter-zonnejiand draagt , naardien de Winter
eenen