Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 31 )
treedt, vertoeft zij, zoo als uit de voorgaande fi-
guur blijkt, zoo lang boven als beneden den Ho-
rizon, zoodat alsdan dag en nacht over de geheele
Aarde even lang zijn. Van daar, dat deze beide
punten den naam van Nachteveningen {Equinoctia)
dragen; wordende het eerfte punt (Y) de Foor-
jaars-nachtevening, en het andere de Na-
jaars-nachtevenlng genoemd. Ook heeft het eerfte
punt den naam van Lentefnede, omdat, wanneer
de Zon in dat punt van haren weg is, voor dc
noordelijke bewoners der Aarde, de Lente begint,
en het andere dien van Herfstfnede, wijl de Herfst
gezegd wordt eenen aanvang te nemen, wanneer
de Zon door ons in dat punt waargenomen wordt.
Ten aanzien der Nachteveningen, moeten wij
hier ter plaatfe het volgende aanmerken.
Op bladz. i6 hebben wij den Evenaar onder dc
onveranderlijke cirkels gerangfchikt: ftrikt genomen
is zulks niet overeenkomftig de waarheid: de Eve-
naar, en dus ook de As en Polen des Hemels,
die met dezen cirkel ten naauwfte verbonden zijn,
fchijnt, in eene tegengeftelde orde met de teekens,
dat is, van het Oosten naar het Westen, met eene
zeer langzame beweging verplaatst te worden, zoo-
danig, dat hij, den Zonneweg telkens in andere
punten fnijdende, ten aanzien van de vaste Herren
gedurig van ftand verandert. Van hier dan ook,
dat de Nachteveningen elk jaar nagenoeg 50" wes-
telijker bevonden worden, gevolgelijk eenigeoogen-
blik-