Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 30 )
van den 21 Hen December, begint z^ weder den
Evenaar te naderen, terwijl men haar dagelijks we-
der hooger aan den Meridiaan ziet komen, totdat
zij, na iti: en X doorgeloopen te hebben, omtrent
den 21 ften Maart weder in T treedt, en des mid-
dags bij E aan den Meridiaan waargenomen wordt.
En zoo zien wij dus, dat dc Zon, in een jaar tijds,
een' gcheelen keer door den Sterrenhemel fchijnt
gedaan, en den cirkel Y" 25 — , of de Eclip'
tica, aan denzelven fchijnt befchreven te hebben.
Van wege het fchijnbaar klimmen en dalen van
de Zon aan den Meridiaan is het dan ook, dat men
de teekens, welke zij jaarlijks fchijnt door te loo-
pen , in klimmende en dalende teekens onder-
fcheidt. De klimmende teekens zijn: , m:, X ,
Y", V en n , omdat de Zon, zoo lang zij in deze
teekens vertoeft, bij ons dagelijks hooger aan den
Meridiaan komt. De zes overige: SS,
m cn +>, dragen den naam van dalende teekens,
omdat dc Zon, dezelve doorwandelende, zich dage-
lijks lager aan den Middagcirkel vertoont.
Nachteveningen cn derzelver teruggang.
AVanneer de Zon den Evenaar befchrijft, of,
zoo als men gewoonlijk zegt, de Linie pasfeert,
dat (gelijk wij gezien hebben) tweemaal in het
jaar gebeurt, namelijk den aiften Maart, als zij
in T, cn den aiiten September, als zij in ^o.
treedt.