Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 24 )
de Polen van deze beide cirkels, zoo veel graden
van elkander verwijderd zijn, als de hoek bedra-.jt,
waarmede dezelve op elkander hellen, naardien de
hoek E O C of E W C door den boog E C ge-
meten wordt.
Verder: de Ecliptica toont ons den weg aan,
dien de Zon jaarlijks aan den Hemel, of aan de
binnenfte holle oppervlakte der Sfeer, fchijnt af te
leggen. — Daar echter dc Zon, als oneindig nader
bij ons, dan de vaste fterren zijnde, haren fchijn-
baren loop tusfchen ons en deze fterren volbrengt,
zoo volgt ook, dat wij ons dezen cirkel flechts als
verlengd, dat is, als een vlak moeten befchouwen,
in welk de eigenlijke weg der Zon gelegen is.
Om zich hiervan een duidelijker begrip te vor-
men, neme men een punt A {fig. a6) naar welge-
vallen; vervolgens trekke men uit A den cirkel
B D C E, dan kan deze cirkel, wiens radius A C
begrepen wordt gelijk te zijn aan den afftand der
vaste fterren, de Ecliptica verbeelden. En zoo
men dan in dezen cirkel, met den radius A ƒ, die
den afftand der Aarde van de Zon verbeeldt, den
cirkel t r f 5 befchrijft, is men gewoon, den omtrek
van dezen laatften cirkel, welke alzoo in hetzelfde
vlak met den eerften ligt, als den eigenlijken weg
der Zon aan te merken.
Eindelijk zien wij uit fig, 25, dat de Ecliptica
en