Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 2-3 )
de noordelijke cn E W V O de zuidelijke helft
des Hemels; terwijl, overigens, de Polen des Hemels
tevens de Polen van den Evenaar, en het ware
Oosten en Westen , of de punten O en W, in
wellcc deze cirlcel den Horizon fnijdt, de Polen van
den Meridiaan uitmaken.
f
■ ^ </) Ecliptica of Zonnexeg,
Een cirkel, welke met eenen hoek van 23I
• graad op den Evenaar helt, wordt de Zonneweg,
.of, omdat de eklipfen in dien cirkel voorvallen,
dfi Ecliptica genoemd (♦). — Dus is in fig. 25,
^waar P dc Noordpool, p de Zuidpool en E O V W
de Evenaar verbeeldt , de cirkel W C O B de
Ecliptica of Zonneweg, wanneer, namelijk, de
hoek E O C of E W C, waarmede deze cirkel
gezegd wordt op den Evenaar te hellen, 23§ graad
bedraagt. De pimten Q en ^, die overal 90 gra-
den van den omtrek der Ecliptica afftaan, zijn der-
zelver Polen, cn de lijn Q q, die, door het mid-
delpunt des Hemels en der Aarde gaande, deze
beide punten aan elkander verbindt, noemt men de
A sder Ecliptica. Ook is de boog P Q of ^,
zoo groot als de boog E C: waaruit volgt, dat
de
(*) Deze helling der Ecliptica is, ftrikt genomen, ver-
anderlijk: alle 100 jaren , namelijk , neemt dezelve omtrent
45" af, en bedraagt tegenwoordig nagenoeg 23" 28'.
B 4