Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 19 )
bevonden z^ndc, is N P, of de Poolshoogte van
de plaats A, gelijk po —43=47^ (*)•
Voorts blijkt nog uit de figuur, dat de Meridiaan
den Horizon in de punten N en Z fnijdt en mid-
den doordeelt: de lijn N Z, waardoor deze punten
zamengehecht zijn, noemt men de Noord- en Zuid-
jlreek, Z O N de oostelijke en Z W N de y/este-
lijke helft van den Horizon; zgnde elke helft ver-
deeld in i8o graden, die, van het punt Z af, langs
de oost- en wesdielft geteld worden.
Wanneer men vervolgens den Horizon afzonder-
lijk neemt, als in fig. 22, en door het middelpunt,
regthoekig door de Noord - 'en Zuidftreek, cene
regte lijn (W O) trekt, dan zal deze cirkel vier
punten bevatten, die elk 90 graden van elkander
afftaan. In het algemeen noemt men deze punten
Hoofdjlreketi, doch in het bijzonder geeft men aan
dezelve de benamingen van Oosten, Westen, Zui.
den en Noorden; zijnde O het Oosten of de Mor-
gen , in, of bij welk punt de 2on opkomt; W het
Westen of de Avond, in, of bij welk punt de Zon
ondergaat; Z het Zuiden of de Middag, waar de
Zon gezien wordt op het midden van den dag, en
N het Noorden of de Middernacht, regt tegenover
het
(*) Zie hierover, onder anderen, steenstra, Grondbe-
ginfelen der Sterrekunde, I Deel, III Hoofdfiuk , pag, 30
C7i vcry.
B a