Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C II )
Deze Memelllchtcn z^'n geplaatst in eene groote,
eindelooze ruimte, welke mm inn HemeloïSterren-
hemel noemt. De meeste derzelven zijn lichtge-
vende, andere integendeel duist ere \^gc\\zme^^. Onder
de lichtgevende telt men de Zon, benevens de vasta
Sterren, die, ten einde dezelve te onderfcheiden, in
Conßellatien of Sterrebeelden verdeeld zijn. Tot
de duistere ligchamen brengt men de Planeten met
derzelver Manen of Wachters, gelijk ook de Ko-
meten, wijl het licht, dat dezelve verfpreiden,
van de Zon ontleend is. Onder de Planeten be-
hoort ook onze Aarde, die (zoo als wij nader
zullen aantoonen) eene genoegzaam ronde gedaante
heeft, en zich, met de Planeten en Kometen, in
eene geregelde orde om de Zon beweegt (♦},
EERSTE AFDEELING.
Schijnbare gedaante des Hemels.
Wanneer wij den Hemel, of de onmetelijke ruim-
te , waarin de hemelfche ligchamen verfpreid zijn,
met
(*) Deze beweging moet men van eene andere, welke
flen naam van fchijnbart beweging draagt, wel onderfchei-
den