Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 8 )
ri?. Niet zoo regelmatig als de Sfeer of Globe
is de Sferotde of h&tPlatrond (fig. 15), wijl de om
trclc van zoodanig ligchaam niet, gelijlc die van eenen
bol, overal even ver van het middelpunt (C) ver-
wijderd is. Van daar ook, dat eene Sferoïde altijd
twee diameters heeft, die elkander regthoekig door-
fiiijden , en eene ongelijke lengte hebben.
berekeningen,
.<5 2S. Om de lengte eener lijn, en dus zekeren
afftand te meten, of wel de grootte van eenig vlak
of ligchaam te bepalen , moet de maat, waarmede
zulks gefchiedt, gelijkfoortig zijn met datgene, wat
men meten wil, dat is: eene lijn of eenige afftand
kan alleen door eene lengtemaat, een vlak door
eene vlaktemaat, en een ligchaam door eene lig-
fhamehjke maat gemeten worden.
§ 29. De grond- of hoofdmaat, waan^an men
zich bedient', om alle lengten of afftanden te me-
ten , heeft eene lengte van honderd malen de lijn,
welke door fig. 16 wordt afgebeeld. Deze grond-
maat wordt el genoemd. Hare onderdeelen zijn,
gelijk bekend is, palmen, duimen en flrepen ; hare
veelvouden , de roede en de mijl.
§ 30. Tot het meten van vlakken, gebruikt men
het vierkant op de el, of de vierkante el, met
^grzelvcr onderdeelen en veelvouden.
S 31.