Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 3 )
worden die hoeken regte hoeken genoemd , terwijl
de regtftandige lijn (D C) alsdan gezegd wordt,
regthoekig of perpendiculair op de andere (A B)
te ftaan.
S 9. Een hoek, die grooter dan een regte iSj
noemt men een' flompen, en die kleiner dan een
een regte is, een' fcherpen hoek. Zoo is, b. v.
ih fig. 6, de hoek ECB ftomp, en de hoek
ACE fcherp.
Hakken.
§ 10. Een Flak is eene uitgebreidheid, welke
niet alleen lengte, maar ook breedte heeft. De uit-
einden van vlakken zijn lijnen.
§ II. De vlakken onderfcheidt men in platte en
gebogene vlakken.
Een plat vlak is zulk een, dat, even als de
vloer van eene kamer, overal dezelfde ftrekking heeft;
een gebogen vlak integendeel, zoodanig een, dat,^
gelijk het buitende van eenen bol, geftadig van
ftrekking verandert.
§ 12. Een lijn (A B, fig. 7.) wordt gezegd
regthoekig of perpendiculair op een vlak (G H)
te ftaan, wanneer dezelve met alle regte lijnen
(BF,BC,BE,BD, enz.), uit het punt van
zamenkomst in dit vlak getrokken, regte hoeken
maakt, dat is, wanneer de hoeken A B F, A B C,
A B E en A B D allen regt zijn.
A a S 13.