Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 5 )
aanleiding gegeven hebbe. Doch, hoe dit ook
zij, ZOO veel is ten minde zeker, dat de reke-
ning of telling bij tijdvakken van zeven dagen,
reeds bij de oiidfle volken in gebruik geweest is,
cn noch met de lengte des jaarg, noch met des»-
zelfs verdeeling in maanden, in eenig verband
Haat, cn dus eene afmeting op zich zelve uitmaakt.
Eene andere vcrdecling van den tijd is die van
den dag of het etmaal.
De tijd, dien de Aarde noodig heeft, om een-
maal' om hare as te wentelen; of — wijl deze
omwentelende beweging door de fchijnbare dagelijk-
fche beweging der Zon gekend wordt — de tijd,
■(velke van de komst der Zon aan den Middag-
cirkel van eenige plaats, tot aan hare volgende
wederkomst in denzelven, verloopt, noemt men
eenen Dag, en wel. eenen natuurlijken dag, onl
dien van eenen fterredag, dat is, van den tijd,
dien de Hemel, bij elke omwenteling om zijne as,
befteedt, te onderfcheiden (*). Dan, even zoo
ver-
(*) Het verfchil tusfchen een' natuurlijken en een*
fterredag beftaat daarin, dat de eerde, van wege de dage-
lijkfche afwijking der Zon, genoegzaam vier minuten lan-
ger is, dan de laatfle: waaruit derhalve volgt, dat, dewijl
er, gedurende dien tijd, een geheele graad van den
Evenaar des Hemels door den Meridiaan gaat, de Zort
dagelijks nagenoeg eenen graad in haren weg van bet
Westen naar het Oosten moet afleggen.
H 2