Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 114 )
lïngS de lengte van 29 en 30 dagen hebben, en
dus in het geheel 354 dagen bevatten, wordt een
Maanjaar genoemd, zoodat een gewoon of bur-
gerlijk jaar, uit 365 dagen beftaande, eigenlijk elf,
cn een fchrikkeljaar twaalf dagen langer dan een
maanjaar is.
De maanjaren waren oudtijds bij vele Oosterfche
Volken in gebruik, en worden nog heden door
de Joden en Mohamedanen gebezigd. Echter is
cr in hunne jaartelling dit onderfcheid, dat de laat-
Iten nimmer eenige verandering in de lengte hun-
ner jaren maken, terwijl de eerften gewoon zijn,
bij dezelve, van tijd tot tijd, eenige maanden te
voegen of in te larfchen, ten einde die telkens,
zoo na mogelijk, met de lengte van het zonnejaaj
overeen te brengen.
Op deze afmeting van den tijd volgt die van
Weken.
Wat de oorzaak zij, dat men eene week juist
in zeven dagen verdeeld heeft, hieromtrent wordt
verfchillend gedacht. Sommigen meenen, dat deze
tijdverdeeling haren oorfprong genomen hebbe van
de Schepping der Wereld, die, volgens wozes,
in zes dagen volbragt werd, zijnde de zevende
dag de Rustdag des Heeren. Anderen daaren-
tegen, oordeelcn het veel waarfchijnlijker te zijn,
dat de fchijngefialten der maan, die, gelijk wij
weten, om de zeven dagen veranderen, daartoe
aan-