Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 101 )
zou gansch andere verfchijnfelcn op onzen Aard-
bol doen geboren worden. Zoo zouden, b. v., de
dagen en nacliten overal en altijd even lang zijn,
bijaldien de as der Aarde (P p, fig. 47) regtftan-
dig op het vlak van haren loopkring Hond, wijl,
in dat geval, niet alleen de Evenaar, maar ook
alle cirkels, die de punten der Aarde, bij elke
omwenteling, befchrijven, door den fchaduwcirkcl
altoos midden doorgedeeld zouden worden. — Was
integendeel de rigting van dc as der Aarde jegens
de Zon zoodanig, dat zij met de voerlijn eene
regte lijn uitmaakte, als in fg. 48, dan zoude
altoos Hechts de ddne helft der Aarde, en wel
altoos dezelfde, naar de Zon gekeerd zijn. Daar
zou het derhalve altoos dag zijn, terwijl op liet
andere halfrond een eeuwige nacht zou hcerfchen.
Gedaante der Aarde.
Tot dus verre hebben wij llcchts onderftcld, dat
de Aarde eene bolronde gedaante bad, en op deze
onderftclling al onze redeneringen gegrond. En
inderdaad, wanneer men in aanmerking neemt, dat
de Aarde niet alleen tot eene duurzame infland-
blijving beftemd is, maar ook, om vrij en op zicli
zelve, zonder eenig ftcunfel, in het hemelruim om
te wentelen, heeft men allezins reden, dit tc ver-
onderftellcn, dewijl geen ligchaam daartoe meer
gsfchiktheid heeft, dan zulk een, welks oppervlak
G 3 in