Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
100
)
en een' des te längeren Winter rekenen kan. —
Eindelijk
e.) Dat de beide Polen een half jaar lang in
het verlichte, en een half jaar lang in het niet
verlichte gedeelte der Aarde vertoeven.
En zoo zien wij dus, hoe de helling van de
as, gevoegd bij haren evenwijdigen ftand aan zich
zelve (*), gedurende den jaarlijkfchen loop der
Aarde om de Zon, alleen de oorzaak is van de
beurtverwisfeling der Jaargetijden, zoowel als van
de ongelijkheid onzer dagen en nachten. Elke
andere rigting van de as der Aarde jegens de Zon,
zou
(♦) In den ftrikften zin kan dit niet gezegd worden:
de waarnemingen leeren, dat de as der Aarde, behalve
zekere nutatie of zwenking, door de werking der Maan
veroorzaakt wordende, in den tijd van 25200 jaren, nog
eene kegelvormige beweging van het Oosten naar het
Westen heeft, waarvan de oorzaak in de kracht van aan-
trekking, die de Zon en Maan op de Aarde uitoefenen,
moet gezocht worden. Deze beweging van de as der
Aarde is kenbaar, door eene beweging van de Polen des
Hemels om de Polen der EcOptica, en dus oorzaak van
die gedurige verplaatfing van den Evenaar, in opzigc
tot den Zonneweg, met één woord, van den Teruggang
der Nachteveningen, waarvan wij bladz, 31 en 32 gewag
gemaakt hebben.