Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
r
C 99 )
Wanneer eindelijk de Aarde weder in gö-
Volgelijk de fchijnbare plaats der Zon in 25 isj
heeft zij haren jaarlijkfchen loop om de Zon vol-
bragt, invoege dezelfde verfchijnfelen, welke wij
bladz. 93, 94 en 95 opgenoemd hebben, andermaal
plaats grijpen.
Overigens kunnen wij nog uit de figuur het vol-
gende opmaken:
a.) Dat de dagen en nachten onder den Eve-
naar altijd even lang zijn, wijl deze, in welken
ftand de Aarde zich ook moge bevinden, door den
fchaduwcirkel midden doorgedeeld wordt.
b.) Dat de daglengtc, zoowel ten noorden als
ten zuiden van den Evenaar, fteeds veranderlijk
is, zoodanig, dat, wanneer de dagen, benoorden
den Evenaar, toenemen, deze, bezuiden denzelven,
in evenredigheid afnemen, en omgekeerd.
c.) Dat de bewoners der verzengde Lucht-
ftreek, uit hoofde van de bijna loodregte rigting
der zonneftralcn, weinig afwisfeling van warmte,
en dus eigenlijk eenen gedurigen Zomer hebben.
</.) Dat in de bevrozene Luchtftreken, van
wege de ongemeen fchuine rigting der lichtftralen,
de verandering van Lente en Herfst aldaar zoo
gering moet zijn, dat men er inderdaad flechts
fwee jaargetijden, namelijk, een' zeer korten Zomer
Ga eö