Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 98 )
dan is de Aarde, uit de Zon gezien, in =0=, of
in den Lentejland.
Ook deze ftand levert het omgekeerde der ver-
fchijnfelen op, welke bij dien der Aarde in het
daartegenoverftaande punt plaats hebben. Nu toch
zijn
1.) De beide Polen andermaal in den omtrek
van den fchaduwcirkel, en dus weder even ver van
de Zon af.
2.) Is de verlichte helft der Aarde naar dien
kant des Hemels gerigt, waar, in den tegenover-
gcftelden ftand, dc donkere helft naar toe gekeerd
was.
3.) Zijn dag en nacht over de geheele Aarde
weder even lang.
4.) Moet de Zon, die, den Zuider-Keerkring
verlaten hebbende, zich thans weder boven den
Evenaar, of, dat hetzelfde is, in de Polen van
den Horizon bevmdt, op dien dag, de Linie op
nictiw pasferen.
5.) Overmits, in dezen ftand, de ftralen der
Zon in de Noorder-gematigde Luchtftreek minder,
en in de Zuider-gematigde Luchtftreek meer van
de rigting der loodregte ftraal afwijken, dan in
den voorgaanden ftand, fpreekt het van zelf, dat
het voor de bewoners der zuidelijke gewesten
Herfst nioet zijn, als het bij ons Winter is.
Wan-