Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 96 )
Aarde, gedurende hare dagelijkfche omwenteling,
.befchrijven, door den fchaduwcirkel midden door-
gedeeld. Van daar ook, dat alsdan dag en nacht
over de geheele Aarde even lang zijn, naardien
elk punt, onder het omwentelen, zich even lang
in het licht als in de fchaduw ophoudt.
4.) Is het klaar, dat, in dezen (land, door
het fchijnbaar terugkeeren van de Zon naar den
Evenaar, de lichtftralen in de Noorder-gematigde
Luchtftreek meer, doch in de Zuider-gematigde
minder van de rigting der loodregte ftraal afwij-
ken, dan in den vorigen ftand. Waaruit derhalve
volgt, dat er alsnu in deze beide luchtftreken
eenen gematigden graad van warmte moet heer-
fchen, invoege de bewoners der zuidelijke gewes-
ten Zewiö.hebben, wanneer het bij ons Herfst is.
Zien wij de Zon vervolgens in ^ treden, dan
is de Aarde, uit de Zon gezien, bij 25, of in
den Winterßand.
In dezen ftand treffen wij weder dezelfde ver-
fchijnfclen, maar in eene omgekeerde orde, aan,
welke wij bij den ftand der Aarde in het tegen-
overftaande punt des Hemels waargenomen hebben.
Immers is
1.) De Aarde alsnu het naast bij de Zon.
2.) Bevindt de Zon zich thans boven den Zui-
der-Keerkring, zoodat deszelfs bewoners haar, des
mid-