Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 95 )
de laatfle veel van de rigting der loodregte ftraal
afvvjjken,
70 Dat de landen, in de Noorder-bevrozcne
Luchtftreek gelegen, flechts door de allerichuinfte
zonneftralen verlicht en verwarmd kunnen worcten,
terwijl de Zon aan de Zuider-bevrozene Lucht-
ftreek geene dc minfte warmte kan mededeelen,
wijl hare ftralen, hoe fchuins ook op de Aarde
vallende, dezelve niet kan bereiken.
Is de Zon, uit dc Aarde gezien, in =at geko-
men, dan is de Aarde, uit de Zon gezien, in T,
of in den Herfstjlatid.
Deze ftand levert geheel andere verfchijnfelcn
op, dan de voorgaande; want:
1.) Liggen de Polen thans in den omtrek van
den fchaduwcirkcl, weshalve zij even ver van de
Zon afftaan.
2.) Moet de Zon, terwijl de Aarde om hare
as wentelt, de Linie pasferen, dat is, vlak boven
dezelve eenen cirkel fchijnen te befchrijven, wijl
de tegenwoordige ftand der Aarde, in opzigt tot
de Zon, zoodanig is, dat, gedurende de omwen-
teling, de geheele Evenaar onder de Zon door-
gaat, invoege deszelfs bewoners de Zon, op den
middag, regt boven zich, gevolgelijk in het top-
punt hebben.
3.) Worden alle cirkels, die de pimtcn der
Aar-