Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 94 )
3») Dat de Zon, onder den Noordpool-cirkel,
des nachts, cn onder den Zuidpool-cirkel, des
middags even aan den Horizon moet verfchijnen.
■ 4.) Dat alle plaatfen, tusfchen den Evenaar en
den NoordpoOl-cirkel gelegen, langer in het licht,
dan in de fchaduw blijven. Van)daar dan ook,
dat de dagen aldaar langer dan de nachten moeteo
zijn. Tusfchen den Evenaar en den Zuidpool-
cirkel moet juist het tegengeflelde ^plaats hebben.
Daar moeten de dagen korter dan de nachten zijn,
naardien elke plaats aldaar langer in het duistere,
dan in het verlichte deel der Aarde vertoeft.
5.) Dat alle plaatfen, die binnen den Noord-
pool-cirkd liggen, alleen dag en geen nacht, en,
omgekeerd, binnen den Zuidpool-cirkel, alleen
nacht en geen dag kunnen hebben, dewijl de eer-
fl:en, onder het omwentelen, beflendig in het
licht, en de laatfl:en al dien tijd in het donker
blijven.
- Onderftellen wij wijders, dat de graad van
warmte afneemt, naar mate de flralen der Zon
zich van de rigting der loodregte fliraal verwijde-
ren, dan blijkt
. 6.) Dat, wanneer het in de Noorder-gematigde
Luchtftreek Zomer is, het in de Zuider-gematigde
Winter moet zijn, aangezien de ftralen der Zon
in dc eerstgenoemde luchtflireek weinig, doch in
de