Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 93 )
trcnt (5<5| graad op hare loopbaan hellende; <—
Z de Zon, die, buiten het middelpunt van haren
loopl^ring geplaatst, hare ftralen rondom zich he-
nen verfpreidt, en alzoo licht cn warmte mede-
deelt aan elk ligchaam, op welk dezelve vallen; —
Z S of Z O de loodregte Zonneftraal, zoo ge-
roemd, omdat andere, als Z f ca. Z t, In eene
fchuine rigting op de oppervlakte vallen, en wel
des te fchuiner, naar mate dezelve van de lood-
regte rigting afwijken. Laat al verder de Zon,
uit de Aarde gezien, bij 25 aan den Hemel zijn,
dan is de Aarde, uit de Zon gezien, in het
tegenoverftaande punt, namelijk in , of in den
Zomerfland.
AVanneer men nu dezen ftand met opmerkzaam-
heid befchouwt, zal men al fpoedig ontwaren:
I.) Dat de Aarde, in den Zomer, het verst
van de Zon verwijderd is.
Laten wij vervolgens de Aarde, in onze gedach-
ten, eenmaal om hare as wentelen, dan zien wij
al verder:
s.) Dat, gedurende deze omwenteling, de ge-
heele Noorder-Keerkring onder de Zon doorgaat.
Deszelfs bewoners moeten derhalve dit hemellicht,
regt boven zich, eenen cirkel zien befchrijven, en
hetzelve, des middags, in het toppunt hebben.
30