Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
( 91 )
betrekking tot de Zon, zoodanig is, als ons do
figuur voorflelt, alle plaatfen, tusfclien de Pool-
kringen gelegen, dag en naclit moeten hebben,
naardien dezelve, gedurende de omwenteling, beur-
telings, zoowel in het verlich':e, als duistere ge-
deelte van de oppervlakte der Aarde, komen. —
Dus zullen, b. v. de plaatfan R, V en O, zoo*
dra zij het oostelijk gedeelte van den fchaduwcir»
kei bereikt hebben, uit de fchaduw in het licht
overgaan, welke overgang de Zon, voor de be-
woners dier plaatfen, boven den Horizon doet op-
rijzen. Vervolgens bij S, E en L gekomen zijn-
de, is het op dezelve middag, wijl de Zon als-
dan boven derzelver Meridiaan G S K, cn dus,
aan den Hemel, in den Meridiaan is, die door
derzelver toppunt gaat. Op dezen oogenblik zijn
zij het verst van den fchaduwcirkel verwijderd;
doch van nu af beginnen zij dien allengs te nade-
ren, totdat zij, het westelijk gedeelte van den-
zelven bereikt hebbende, uit het verlichte in het
duistere deel der Aarde komen; wordende de
Zon alsdan op die plaatfen gezegd onder tö
gaan.
Gelijk het met deze plaatfen is, is het ook met
alle overige gelegen. Door de dagelijkfche bcwe-i
ging der Aarde om hare as, moet cr, op elke
derzelven, eene ■ beftendige afwisfcling 'Van dag en
nacht plaats hebben, niet alleen, maai- ook, op
se-