Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 84 )
kingskracht ontdekt en aan liet licht gebragt had,
bevond men, dat het ftelfel van copernicus bo-
ven het oude, ja zelfs boven dat van den ver-
maarden Deenfchen Sterrekundige t^jcho brahe,
die, op het einde der zestiende eeuw, insgelijks
beproefd had, een nieuw ftelfel te ontwerpen, verre
den voorrang verdiende. — En inderdaad, volgens
dit ftelfel, is:
1.) De fnelheid, waarmede de beweging der
Aarde gefchiedt, gering, in vergelijking van die
der Zon in het vorige ftelfel. Immers, wanneer
wij, in plaats van de Zon, de Aarde in c {fig.
43) ftellen, en de Zon voor het middelpunt van
beweging houden, b e c d de loopkring,
welken de Aarde, tusfchen dien van Venus en
Mars, al wentelende, om de Zon befchrijft. Heeft
deze nu een jaar, of 365 dagen noodig, om eenen
weg van ten minfte 131 millioenen mijlen af te
leggen, dan moet de graad van fnelheid, waarmede
zij zich om de Zon beweegt, flechts 4,15 mijl per
fekonde bedragen.
n.) Is de Zon, ovcreenkomftig de waarnemin-
gen, het middelpunt van beweging van alle Pla-
neten.
3.) Loopen kleinere ligchamen fteeds rondom
grootere.
4.) Worden flechts duistere ligchamen om een
lichtgevend ligchaam bewogen.
Wat