Boekgegevens
Titel: Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Auteur: Kwantes, J.; Wijk, J. van
Uitgave: Amsterdam: S. de Grebber, 1828
2e onveranderde uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5819
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201158
Onderwerp: Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Kosmografie
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Aanleiding tot de wiskundige aardrijksbeschrijving
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 79 )
Newton berekende alstoen den graad van wärmte,
die op dezelve lieerschte, en bevond, dat deze
tv/ee-duizend malen fterker was, dan de liitte van
gloeijend ijzer (*). Zij. bleef vier maanden lang
zigtbaar, en haar fiaart was zoo verbazend groot,
dat zij een vijfde deel van den geheelen omtrek
des Hemels befloeg. — In het jaar 1820 waren er
reeds 100 Kometen, namelijk, 24 tusfchen de Zon
en Mercurius, 33 tusfchen Mercurius en Venus,
21 tusfchen Venus en de Aarde, 18 tusfchen de
Aarde en Mars, 3 tusfchen Mars en Ceres, en
1 tusfchen Ceres en Jupiter ontdekt en waarge-
nomen.
Vaste Sterren.
Deze zijn, gelijk wij reeds elders gezegd heb-
ben, daarin van de Planeten onderfcheiden, dat zij
een helder en tintelend licht geven, terwijl dat der
Pla-
(*) „ Ten minfte" zegt de Heer de gelder in zijne
Vertaling van NoëLS Franfche Uitgave van guthrij's Al-
gemeene Aardrijksbefchrijving, „ in de onderjlelling van
„ het oude gevoelen, dat de Zon een hoofdjloffelijk vuur
„ is, welks verwarmend vermogen in de omgekeerde vier-
„ kantsreden van de afjlanden werkt: doch thans houdt
„ men de Zon, vrij algemeen, voor een duister ligchaam,
„ welks dampkring zeer uitgebreid is, en een lichtgevend
„ en verwarmend vermogen bezit."