Boekgegevens
Titel: Leesoefeningen voor jonge kinderen, waarin geene andere dan woorden van eene lettergreep voorkomen: ten dienste der scholen
Auteur: Kuijpers, J.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1851
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5841
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201154
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesoefeningen voor jonge kinderen, waarin geene andere dan woorden van eene lettergreep voorkomen: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
lo LEESOEFENINGEN.
51 LES.
Frits vond eens in de schooi een'
ring; — de ring was geel. Kom,
sprak hij, die st-eek ik in den zak,
het is vast goud. Wat? zei Kees,
die daar juist bij kwam, wat wilt
gij? Weet gij niet, wat er in de
wet staat, die daar aan den muur
hangt? Lees die eens, Frits las:
„al men mndt moet men aan
„den....." O ja! nu weet ik al, wat
ik met den ring doen moet.
52 LES.
Al wat er is, heelt zijn nut, staat er
in mijn boek, dat ik van daag van
oom kreeg. Ik dacht eerst, toen ik
dat las, zou dat wel waar zijn? Wat
nut zou dan toch wel een' slak, rups
of spin doen? vroeg ik aan mij
zelf. Maar ik dacht hier op na,
en sprak toen: als een slak geen nut
deed, dan zou zij er ook niet zijn,
en de rups en de spin ook niet.