Boekgegevens
Titel: Leesoefeningen voor jonge kinderen, waarin geene andere dan woorden van eene lettergreep voorkomen: ten dienste der scholen
Auteur: Kuijpers, J.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1851
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5841
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201154
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leesoefeningen voor jonge kinderen, waarin geene andere dan woorden van eene lettergreep voorkomen: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
lo LEESOEFENINGEN.
47 LES.
Klaas sprak vaak kwaad van Jan,
om dat Jan zulk een mooi kleed
niet aan had, als hij. Foei Klaas!
zei Koos, daar scheld gij Jan al
weer! — Oï Jan arm is, hij is toch
een braaf kind. — Of denkt gij, dat
het in het kleed zit? Wel, dan
moest het kind van een rijk man
ook een braaf kind zijn, en dat is
vaak zoo niet.
48 LES.
Hoe Jan! sprak zgn oom, vind
ik u hier' Hoe komt het, dat gij
niet op school zijt? Er is van
daag geen school, oom! zei Jan.
Ik weet niet, sprak zijn oom, of
het wel waar is Maar wat doet gij
hier? vroeg zijn oom. Ik visch
wat, zei Jan. Kgk eens oom, of
dat ook een baas is! ~ die ving
ik nu juist. Die visch is goed,
sprak zijn oom; maar — maar! —
meer zeg ik niet.