Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
89
vei'der ziju zij plat en eindigen in eene punt. De kleinere baarden,
vooraan in den mond, zijn slechts een of twee palmen lang. niet
Fig. 16. Walvisclj.
dikker dan eene schrijfpen, eti met fijne haren als nn?t franje
bezet. Zij alle dienen om de kleine zeedieren en visschim —
voornamelijk hai'ingen — waarmede de walvisch zich voedt, in
zijn wijden mond terug te houden, als zij er eens in vervallen
zijn. Die bladen leveren ons het bekende balein. De huid van
dit dier is zeer donker, bijna zwart van kleur, gla<l en ongeveer
een halve palm dik; daaroniler ligt eene dikke speklaag, die op
sommige plaatsen di'ie, op andere vijf of zes palmen dikte heeft.
Gij begrijpt wel, dat een diei-, dat in de IJszeeën leeft zonder
ooit aan land te komen om zich eens in den zonneschijn te
koesteren, wel een warmen rok noodig heeft. Om zijn spek,
waaruit men traan kookt, wordt bij voornamelijk door de menschen
vervolgd, hoewel het balein mede tot nuttige einden dienen kan.
De walvischvangst, voorheen in ons vaderland de kleine visscherij
genoemd (*), is geen gemakkelijk werk en ook niet vrij van ge-
vaar. Naarmate men de walvisschen meer vervolgd heeft, zijn
(*) Wij spreken wel nader over de groote v insirlicrij — de haringvangst, (zie H. blz. 63).