Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
en niet (laat de vlakke hand eens met den pink op de tafel
nisten, zoodat de duim in de hoogte komt) zooals gij thans uwe
hand hebt, maar zoo dragen de eigenlijke vissclien den staart.
De vischvormige zoogdieren hebben öf een zeer korten hals, 6f
evenals de visschen in het geheel geen hals. Maar als men hen
van binnen kon bezien, zou men wel anders spreken, want alle
hebben evenveel halsbeenderen of wervelen als de olifant en
de giraffe, dat is, evenveel als alle zoogdieren, te weten zeven.
Ook hebben zij geene uitwendige ooren, waardoor zij almede op
visschen gelijken.
De Zeekoeien zijn dieren, waarvan het achterlijf volkomen
vischvormig is; maar als zeekoeien met het bovenlijf uit het water
steken, dan gelijken zij in de verte wel wat op een mensch.
vooral als zij zogende kalveren hebben, daar hare boezems op de
borst geplaatst zijn. Daardoor is waarschijnlijk de fabel van zee-
meerminnen ontstaan, dieren, half mensch, half visch, die echter
nergens leven of geleefd hebben. De dieren, waai'van wij spreken,
zijn dan ook wat groot voor een mensch, en verdienen den naam,
dien zij dragen, wegens het geloei, dat zij nu en dan doen hooren.
Ook gebruiken zij, evenals de runderen, slechts planten tot hun
voedsel, die zij in de zee en ook langs het strand opzoeken en
met hunne kiezen — hun andere tanden vallen spoedig uit —
fijn malen. Zij leven in de warmste deelen van den Atlantischen
oceaan, nabij de monden der rivieren van Amerika en Afiika.
Hun vleesch wordt gegeten. Nu, zij leveren genoeg op voor een
aantal maaltijden, daar zij wel drie of vier ellen lang worden en
veel honderden ponden wegen.
De vischvormige zoogdieren, waarover ik verder met u spreken
zal, leven voornamelijk van andere zeedieren. Zij onderscheiden
zich verder van de voorgaande door het vermogen van door
hunne neus- of spuitgaten, boven hun hoofd uit, twee aanmerke-