Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
horens los, en houdt zijnen maaltijd, zonder zich eerst de moeite
te geven van weder aan land te stappen. Niet alleen in Azië
(b. V. op Java, waar de buffel »Karbouw" heet), maar ook in
Griekenland en ItaHë vindt men tamme buffels, die, daar zij
sterker zijn dan de os of het paard, tot het vervoeren van zeer
zware lasten gebruikt worden. Om hen te kunnen regeeren moet
men hun, als zij jong zijn, eenen ring door den neus steken,
waaraan een touw vastgemaakt is, om hen naar verkiezing te
leiden. Hunne huid verschaft een zeer dik leder, maar hun vleesch
is niet zeer smakelijk, en wordt slechts door arme lieden gegeten.
De Afrikaansche of Kaapsche buffel is grooter en woester dan
de voorgaande, en heeft geheel andere, kortere, maar zeer sterke
en van onderen buitengewoon bi eede horens. Hij leeft in talrijke
troepen in de dichtste wouden, en is aldaar zeer gevaai'lijk, daar
hij woedend op elk levend wezen aanrent dat hij ontmoet. Van-
daal', dat hij door de menschen zeer gevreesd wordt, zelfs nog
meer dan de leeuw, dien hij dikwerf overwint.
12. VISCHVORMIGE ZOOGDIEREN.
»Zoogdieren, die er uitzien als visschen, die heb ik nog nooit
gezien," zegt gij misschien, lieve lezers. Dat is wel waarschijnlijk;
maar gij hebt er toch wel van gehoord; van den walvisch bij
voorbeeld. »Komt dan de kleine walvisch bij zijne moeder zuigen?"
Zoo is het juist. »En moet de walvisch telkens boven water
komen om lucht te scheppen ?" Zeer zeker. Nu, de vischvormige
zoogdieren hebben slechts twee uitwendige ledematen; ik zal maar
zeggen twee armen, of hever twee goede zwempooten, die er
zelfs geheel als vinnen uitzien. En zie, (Jeg uwe hand eens plat
op de tafel) zoo dragen de vischvormige zoogdieren den staart.