Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
wijs van verstand te houden, zou men zeggen. Misschien hebben
de schapen deze gewoonte nog overgehouden van hunne wilde
voorouders, zoodat wij niet kunnen weten, of deze zoogenaamde
domheid hun in den wilden staat niet zeer nuttig was.
Het Rund kent ieder wel aan de horens, die rond en ter zijde
gekromd zijn, doch waarvan de punten weder een weinig naar
elkander toegekeerd staan, zoodat ieder horen ten naastenbij de
gedaante van eene halve maan heeft. Wie is niet bekend met
het voordeel, dat ons het rund verscliaft? Bij haar leven geven
de koeien ons melk, boter en kaas, en na haren dood vleesch,
vet voor kaarsen, leder, lijm en haar voor matrassen en stoel-
kussens, terwijl de ossen bij hun leven zware lasten trekken, en
in vele landen als lastbeesten boven de paarden gekozen worden ^
omdat het onderhoud minder kostbaar is. Het trekken van den
ploeg en van zwaar beladene karren kunnen zij ook langer vol-
houden dan de paarden. Het is waar, zij stappen daarbij bedaard
voort en zijn of worden nimmer harddravers; maar zij kunnen
toch sneller loopen, indien men den last slechts wat verlicht en
hen vroeg aan een goeden draf gewent. Gij begrijpt zeker wel,
dat geen dier met een last van groot gewicht zich even snel be-
wegen kan als met een klein vrachtje. In zuidelijk Afrika althans
bedient men zich van de ossen in bijna alle gevallen, waarin wij
bij ons het paard zien gebruiken. Echter zijn land- en luchtstreek
en voedsel in het geheel niet zonder invloed op de gedaante,
grootte, sterkte en vlugheid van koeien en ossen, en daar zij vele
verscheidenheden opleveren, is het waarlijk eene moeilijke vraag,
van welke in het wild levende dieren zij afkomstig zijn. Immers
in sommige landen is het rundvee klein, in andere, zooals in de
meeste streken van ons vaderland, groot en schoon, en in Zuid-
Amerika en op IJsland heeft het geene hoi-ens. Misschien is het
wilde i'und wel geheel uitgestorven.
O*