Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
gang lieeft zij iets bijzonders; zij licht namelijk bij 't gaan de
pooten -van dezelfde zijde tegelijk op. Sommige paarden, telgangers
genaamd, doen dit ook, maar alleen als 't hun geleerd is. Haar
geduchtste vijand is echter de mensch; want niet alleen is haar
vleesch zeer smakelijk, maar haar grijze huid is met fraaie, on-
regelmatige, bruine vlekken zeer schoon geteekend en zeer bruik-
baar. Dit dier is even zachtaardig als vreesachtig. Jong gevangen
zijnde, laat het zich zonder moeite tam maken en door een kind
geleiden.
De volgende hei-kauwende dieren hebben horens, die met eenen
koker overkleed zijn, welke uit horenachtige stof bestaat.
De Gazelle heeft de grootte en gestalte van eene ree, maar
is nog vlugger en bevaliiger. Zoowel de mannetjes als de wijfjes
dragen sierlijk gekromde, ongetakte horens en leven in talrijke
troepen in Palestina, Arabië en Barbarije. Aldaar vinden zij in
de verschillende roofdieren vreeselijke vijanden, waaraan zij alleen
door eene snelle vlucht somtijds ontkomen. Deze vreedzame en
zachtmoedige dieren kennen hunne zwakheid, en zijn daarom zeer
voorzichtig; want als zij ergens eene goede weide gevonden hebben,
zetten zij, om rustig te kunnen grazen, eenige schildwachten uit,
die behoorlijk afgelost worden, en bij eenig naderend gevaar door
een schel geluid den geheelen troep waarschuwen, die zich dan
ijlings op de vlucht begeeft. De mensch is voor hen geen minder
geduchte vijand, dan eenig roofdier; want zij worden om hun
vleesch gestadig vervolgd en gevangen.
De Gems is ongeveer zoo groot als de bekende geit, heeft
horens, die aan het einde achterwaarts omgebogen zijn als een
haak, en bewoont de hooge toppen der Pyreneën, der Alpen en
van liet Kaukasische gebergte. Zij beklimt de steilste bergtoppen
even gemakkelijk, als zij over zeer wijde bergkloven en afgronden
springt; ja, dat is haar zoo eigen, dat zij zich niet eens gaarne