Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
76
en heeft veel dikker pooten. Het heeft een zeer groot en zeer
getakt gewei, terwijl ook het wijfje van horens is voorzien, die
echter minder zwaar zijn. Het haar dezer dieren, dat vooral
aan den hals zeer lang is, is des zomers bruin en des winters
bijna wit. Wanneer zij stappen, hoort men een krakend geluid,
hetgeen ontstaat door het knakken der geledingen van hunne
pooten. Zij maken het grootste deel der bekende Noordpool-landen
voor den mensch bewoonbaar, want zij verschaffen hem aldaar
bijna alles wat hij noodig heeft. Hunne dik met haar bezette
huid dient tot warme kleeding, hun vleesch tot voedsel, hunne
blaas tot een zak om er vocht in te bewaren; van hunne horens
en beenderen worden allerlei werktuigen vervaardigd, en bij hun
leven zijn zij last- en ti-ekdieren, die hunnen meester in zijne
slede met groote snelheid over ijs- en sneeuwvelden voeren. Hunne
melk wordt gedronken en men maakt er ook kaas van. In war-
mere landen kan het rendier het niet lang uithouden, zelfs in de
koude berglanden van Schotland kwijnt het en sterft het. Maar
in het Noorden is het thuis, schoon het er alleen des zomers
eenig gi'as tot voedsel vindt, en des winters de mosplantjes
onder de sneeuw moet zoeken, die dikwerf meer dan eene el
hoog ligt. Evenwel is het gelukt om in de diergaarde te Amster-
dam rendieren eenigen tijd in het leven te houden.
De grootste van alle herten is de Eland, die hooger en langer
dan een paard is, met een zeer korten hals en korte achterpooten.
Zijn gewei is zeer plat en breed; zijne huid des zomers bruin en
des winters bruingrijs. De eland behoort in Europa en Noord-
Amerika te huis; doch men vindt in de noordelijke gedeelten van
Europa thans slechts enkele, en ook in Amerika begint het getal
der elanden te verminderen.
Nu willen wij eens eenige herkauwende dieren leeren kennen
welke hunne horens niet verliezen, en wel het eerst den Kameel-