Boekgegevens
Titel: Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Auteur: Kuyper, Theunis; Lubach, Douwe
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1885
5e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5837
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201151
Onderwerp: Biologie: Mammalia
Trefwoord: Zoogdieren, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Korte natuurlijke historie der zoogdieren: een leer- en leesboek voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
de nieuwe liorens, die voor de afgevallene in de plaats komen,
één tak meer. Uit gaat zoo voort tot ei" twaalf tot zestien takken
in het geheel aanwezig zijn. Het hert wordt in de groote bos-
schen van Europa, ook nog bij ons in Gelderland en Limburg,
alsmede in Middel-Azië, gevonden, hoewel veel minder tahijk
dan voorheen, en alleen door vorstelijke personen of rijke lieden
gejaagd; want de hertenjacht vordert een groot aantal honden,
verscheidene vlugge paarden en vele helpers en bedienden. De
honden sporen het op, vervolgen het door het dichte bosch,
spi'ingen het na in den stroom, als het arme dier zwemmende
tracht te ontkomen, en vervolgen het zoo lang, tot het uitgeput
nedervalt of stand houdt, om zijn halsstarrigen vijanden het hoofd
te bieden. Dan naderen de jagers, die hun slachtoffer van zoo
nabij mogelijk gevolgd zijn, alleen om het genoegen — van een
afgetobd dier te dooden. Want schoon het somtijds wel een paar
honderd pond vleesch oplevert, en eene zeer bruikbare huid heeft,
kunnen deze voordeelen op verre na niet opwegen tegen de on-
kosten, die zulk eene jacht vordert. Intusschen schiet men de
herten ook wel, welke soort van jacht natuurlijk met minder
omslag gepaard gaat. De landman, die in de landen, waar nog
veel herten leven, niet altijd vrijheid heeft die dieren te dooden,
ziet meestal met genoegen, dat zij langzamerhand in aantal ver-
minderen , want zij doen veel schade aan de gewassen en boomen,
en eten zelfs de aardappelen op, die zij uit den grond weten op
te krabben; en daar zij dikwerf bij troepen van twintig of dertig
bij elkander blijven, kunt gij nagaan, dat zij in staat zijn zeer
belangrijke schade aan te richten. — In Noord-Amerika heeft
men eene andere soort van edelhert, de Wapiti, die veel op het
Europeesche gelijkt, maar nog grooter is. In andere werelddeelen
leven weder andere soorten.
Het Damhert is veel minder groot dan het edelhert. Des